• 06 mei 2015
  • Door: Leo Labega

De traditionele manier van ontwerpen en bouwen is inefficiënt, brengt torenhoge onkosten en veel ellende met zich mee. Dat is voor veel mensen wel duidelijk. Ontwerp- en bouwmethode BIM (Building Information Model) wordt door velen (en door mij) gezien als dé nieuwe manier van bouwen die afrekent met deze problemen. Maar ook bij BIM-projecten zien we echter nog te vaak dat risico’s onbeheersbaar zijn en faalkosten opduiken. Hoe kan dat? Dat willen we toch niet? Hoe kan BIM dan wel het succes leveren dat het belooft?

Van kostenpost naar verdienmodel

De transitie van traditionele bouwmethode naar BIM moet efficiënter worden doorgevoerd. Dat kan alleen als deze door alle betrokkenen in het bouwproces ondersteund wordt.

Veel opdrachtgevers zien BIM nog als een leuk speeltje voor fanatieke techneuten. Maar BIM is veel meer. Juist voor opdrachtgevers, als ook voor alle andere betrokkenen, is het een verdienmodel met enorme kansen.

Het succes van BIM wordt met name bepaald door de kwaliteit van het Programma van Eisen (PvE).

Met andere woorden: de opdrachtgever moet veel beter dan voorheen, in een eerder stadium, vaststellen wat hij met zijn gebouw wil. De outputspecificaties moeten ‘smart’ geformuleerd worden. Een gekwalificeerd BIM-adviseur is daarbij onontbeerlijk om de opdrachtgever in dit proces te adviseren en te begeleiden. Dit voortraject vergt meer effort, tijd en geld dan op de ‘oude manier’, maar verdient zich terug in de realisatiefase en gebruiksfase. Zeker als je daarbij denkt aan de gemiddelde faalkosten van 11% binnen de bouwsector in de afgelopen jaren.

Ontwerpfase: alle betrokkenen aan boord

Na toetsing van de haalbaarheid, van o.a. het PvE, door een gekwalificeerde BIM-adviseur, volgt het ontwerpproces. De uitvoerenden (aannemers, installateurs en onderaannemers) moeten volledig achter het ontwerp staan en hun commitment geven om volgens het ontwerp te kunnen bouwen. Klinkt vanzelfsprekend maar was het lang niet altijd. Zij zijn immers de risicodragers en het is daarom van groot belang voor een ieder dat deze uitvoerenden hun kennis en expertise maar ook commitment aan het ontwerp hebben ingebracht respectievelijk hebben gegeven. Het is dan ook om die reden dat de uitvoerenden zo vroeg mogelijk bij het ontwerp betrokken moeten worden.

De bedenkers van het BIM (ontwerp) zijn de BIM Engineers. Sommige aannemers en installateurs hebben deze gekwalificeerde engineers zelf in dienst. In dat geval ontwikkelen zij zelf de aspecten zoals wanden, verwarming of constructies van het BIM. Hebben zij deze niet zelf in dienst dan kunnen zij door samenwerking met adviseurs BIM Engineers inschakelen. Hierdoor komen de verhoudingen van het advies en de realisatie anders te liggen dan in de traditionele bouwprojecten.

Pratend met de markt, merk ik dat dit een gevoelig punt is hetgeen ik ook begrijp. Immers, de pikorde veranderd. Vroeger was de architect de bouwheer. De installatie-adviseur stond boven de installateur en de bouwadviseur boven de aannemer. BIM zet deze verhoudingen volledig op zijn kop zou je kunnen zeggen.

Van de architect wordt veel meer verwacht dan voorheen. Naast het ontwerpen gaat het namelijk steeds meer om advies- en engineeringswerkzaamheden als ook BIM-coördinatie. Om die reden zijn er al architectenbureaus die zich naar dit ‘nieuwe profiel’ in de markt zetten. Begrijpelijk want de traditionele architect doet te kort aan de inspanningen die zij moeten leveren. De nieuwe architect is, naast de esthetische vormgever, meer een Gebouw Informatie Specialist.

Deze niet te stoppen veranderingen, worden door sommigen als een bedreiging ervaren. Early adapter hadden het al door: het zijn juist enorme kansen die er liggen. De vraag is wie deze kansen gaan pakken. Wie ziet ‘het’ en pakt de kans op? BIM is een enorme kans om de bouwwereld te transformeren en te verbeteren.

Opdrachtgevers die de meerwaarde van BIM zien, zullen het belang van een goed geformuleerd PvE onderschrijven. Is dat niet het geval, dan tekenen zij impliciet voor de traditionele manier van bouwen met onduidelijke en tegenstrijdige contracten en het gevecht over wie er nu weer opdraait voor ‘onvoorziene’ zaken en de bijbehorende kosten en tijdconsequenties.

Risico’s blijven onbeheersbaar en de opdrachtgever krijgt uiteindelijk vaak niet wat hij dacht te krijgen. BIM maakt het mogelijk om daar voor altijd een eind aan te maken.

Daarvoor is het nodig dat het BIM het contractstuk wordt. Bestekken worden hiermee overbodig en zullen verdwijnen. Een groot voordeel, want de eeuwige tegenstrijdigheden rondom bestekken en tekeningen behoren daarmee tot het verleden. Dit is precies de reden dat de zogenaamde BIM-projecten die momenteel op de markt verschijnen met zowel een (onvolledig) BIM als een bestek in essentie onmogelijk en tegenstrijdig zijn. En dat blijkt ook bij diverse projecten het geval te zijn. Aan de andere kant besef ik me dat dit een onderdeel is van de transitie waar de markt zich in bevindt.

BIM: de enige echte

De enige manier om echt te ‘bimmen’ is om eerst digitaal te bouwen op basis van een smart geformuleerd programma van eisen. Als het virtuele gebouw volledig ontworpen is en alle betrokkenen, dus zowel opdrachtgever, uitvoerenden en beheerders akkoord geven, wordt het project “virtueel” opgeleverd. Het ontwerp is zowel geschikt voor uitvoering en gebruik, kosten liggen vast, risico’s zijn beheersbaar en de bouwplanning is helder. Zowel de hypotheekverstrekker, banken, opdrachtgever, opdrachtnemers en gebruikers hebben duidelijkheid.

Dan pas wordt het virtuele model op de bouwplaats in het echt gebouwd. Op deze plek zal er heus nog wel een discussie plaatsvinden, maar in essentie kan hier uiterst efficiënt gebouwd worden. Dat betekent: een kortere bouwtijd met aanzienlijk minder risico’s.

Uiteindelijk kan zowel het digitale als echte gebouw worden overgedragen aan degene die het gaat exploiteren en op haar beurt gebruik kan maken van alle relevante informatie uit het BIM. Het is immers belangrijk dat zowel het gebouw als het BIM efficiënt kunnen worden onderhouden.

Nodig om de revolutie te laten slagen?

Goed opgeleide professionals zijn de sleutel tot succes. Professionals die ‘het’ zien en bereid zijn om als pioniers de weg te banen. BIM kun je in deels in de praktijk leren, maar dat is niet optimaal. Er is eigenlijk geen tijd voor, de financiële risico’s zijn te groot en er spelen allerlei belangen waardoor het leerproces belemmerd wordt.

Voor de bedenkers van het BIM, ofwel de BIM Engineers ontwikkelde Avans+ de unieke post-HBO opleiding BIM Engineer. Door BIM te leren in een opleiding, verdwijnen belangen en doet men gericht kennis en kunde op én wordt het transitie proces versneld ten gunste van deelnemers en bedrijven.

In deze opleiding komen deelnemers bij elkaar en leren volgens het BIM gedachtengoed een BIM te ontwikkelen. De opleiding is bij uitstek geschikt voor zowel de architect, de bouwkundig adviseur, de installatie adviseur, bouwkundigen, constructeurs, installatie engineers W en E als service providers. Avans+ streeft naar een multidisciplinaire groepssamenstelling van maximaal 15 deelnemers waardoor er echt sprake is van een integrale samenwerking. In de opleiding is ook plaats voor een gebouweigenaar of -beheerder die alleen specifieke onderdelen van de opleiding volgt.

Plaats ook een reactie

CAPTCHA Deze vraag dient om te testen of u een menselijke bezoeker bent en om geautomatiseerde spam-inzendingen te voorkomen.