• 06 november 2015
  • Door: Margot Kobussen

Klinisch redeneren; het is de basis van het handelen van een verpleegkundige en zelfs ook als competentie opgenomen in het nieuwe beroepsprofiel. Deze vorm van werken vraagt om stap voor stap te bedenken welke problematiek er bij een patiënt is, deze te bespreken en vervolgens afspraken maken over hoe je het samen kunt oplossen.

Maar in de praktijk blijkt: lang niet alle verpleegkundigen maken tijd voor klinische besluitvorming. De oplossing? De praktische toepassing ervan meenemen in vervolgopleidingen!

Klinisch redeneren uitgelegd

Klinisch redeneren is een kerncompetentie van verpleegkundigen en daarom een zeer belangrijk onderdeel van onderwijs. Via klinisch redeneren identificeert een verpleegkundige de verpleegkundige diagnose van een cliënt, bewoner, patiënt, kind, jeugdige of ouders. Hierna bespreekt de verpleegkundige de problemen met de patiënt, formuleert samen haalbare doelstellingen en bepaalt vervolgstappen. Al met al is het een hulpmiddel om de juiste zorg op het juiste moment, de juiste persoon en de juiste plaats te geven.

Verpleegkundigen hanteren een continu proces van klinische besluitvorming zoals:

  1. Risico-inschatting
    De verpleegkundige weet op basis van diepgaande kennis welke mensen een verhoogd risico hebben op het ontstaan van bepaalde problemen. Afhankelijk van de risico-inschatting zal de verpleegkundige in veel situaties preventieve maatregelen in gang zetten.
  1. Vroegsignalering
    De verpleegkundige weet dat veel problemen zich aandienen met voortekenen of vroege symptomen, waardoor er een tijdige signalering kan plaatsvinden.
  1. Probleemherkenning
    De verpleegkundige richt zich op een groot aantal problemen die zich bij heel verschillende mensen in heel verschillende situaties kunnen voordoen, van problemen met voeding tot problemen in de sociale context. Zij kent de uitingsvormen van deze problemen en kan ze objectiveren, benoemen en met de cliënt een doel maken waarop de zorg wordt ingezet.
  1. Interventie
    De verpleegkundige past een groot scala aan interventies toe. Niet alleen interventies die voortkomen uit de eigen vaststelling, maar ook interventies die bijvoorbeeld door andere zorgprofessionals worden voorgeschreven.
  1. Monitoring, dossiervoering en evaluatie
    De verpleegkundige monitort de werkzaamheid van de interventies en volgt het beloop van de ziekte, de aandoening of de behandeling en legt dit vast volgens afgesproken werkwijze. De evaluatie wordt regelmatig gedaan om te bepalen of de doelen gehaald zijn of bijgesteld dienen te worden.

Zorg op een volwaardiger niveau

Verpleegkundigen op hbo-niveau hebben zich de competentie van klinische redeneren eigen gemaakt tijdens hun basisscholing. De analytische benadering van de problemen waar cliënten door hun ziekte of levensfase mee worstelen, brengt de zorg op een volwaardiger niveau. Verpleegkundigen en andere zorgprofessionals werken vaak op basis van routine en gebruiken hun kennis en ervaring om de protocollaire zorg nader in te vullen. Richtlijnen helpen om een eenduidige manier van werken te bevorderen. Multidisciplinaire invulling van de gewenste en de te realiseren zorg is gebaseerd op eenduidige taal en afstemming.

Handelen op ervaring of gevoel

Zorgprofessionals trekken vrij snel conclusies uit het totale beeld dat ze van een situatie vormen. Regelmatig beargumenteren zij pas achteraf hun conclusies over welke zorg is ingezet. De conclusies rondom inzet van zorg worden vaak gemaakt op basis van ervaringskennis of gevoel. Deze manier van werken en denken slaat terug op de kennis die door de jaren heen is vergaard en die in eerste instantie op de HBO-V is geleerd.

Bewijs om ervaring te ondersteunen

Evidence Based Practice (EBP) geeft verdieping aan de klinische redenatie en dus uiteindelijk aan het verpleegkundig handelen. Vragen als ‘Doen we het wel goed?’, ‘Waarom doen we de dingen zoals we ze doen?’ en ‘Kan het beter?’ worden op deze manier beantwoord. In het beroepsprofiel van de hbo-verpleegkundige komt EBP terug en ook in veel ziekenhuizen en de thuiszorg is ‘evidence based’ werken een eis, maar het wordt nog lang niet overal daadwerkelijk toegepast. Gelukkig zijn er steeds meer richtlijnen beschikbaar die op ‘evidence’ zijn gebaseerd. Het blijkt wel dat als in de praktijk hier meer aandacht aan wordt besteedt, verpleegkundigen elkaar eerder en professioneel op hun gedrag aanspreken en kritische vragen stellen aan elkaar.

Praktische toepassing in de opleiding

Om klinisch redeneren en EBP standaard te maken op de werkvloer is het opnemen van de praktische toepassing ervan in de opleiding cruciaal. Deelnemers aan de postbachelor verpleegkunde opleidingen van Avans+ worden tijdens de opleiding de weg gewezen naar de nieuwe beroepsontwikkelingen, de Nanda, NIC, NOC, Omaha en andere classificaties. Tijdens het praktijkgerichte oefenen leert men deze te gebruiken. In de opleidingen staat iedere keer weer de module Klinische besluitvorming of Klinisch redeneren in de roosterplanning. Herhaling, bewustwording en weer herhalen, zorgt er namelijk voor dat de toepassing in de werkelijke praktijk soepeler verloopt.

Margot Kobussen is docente Verpleegkunde bij Avans+ in Breda.

 

Plaats ook een reactie

CAPTCHA Deze vraag dient om te testen of u een menselijke bezoeker bent en om geautomatiseerde spam-inzendingen te voorkomen.