• 16 mei 2014
  • Door: Hans de Gruijter

De stelling van Pythagoras overleeft al eeuwenlang; hij zit, behalve in mijn hoofd, in de hoofden van miljoenen mensen gerámd. Net als de kennis dat water verdampt bij 100 en bevriest bij 0 graden Celsius. De Rijn stroomt nog steeds van zijn bron nabij Schaffhausen in Zwitserland naar zijn delta in onze lage landen. En de top van de Mount Everest ligt nog steeds op dik 8800 meter. Aan deze kennis zal ook in de komende eeuwen waarschijnlijk weinig tot niets veranderen. Afhankelijk van de omgeving waarin iemand werkt zal deze kennis worden aangemerkt als basis dan wel als redundante kennis (hierover verderop meer).

Inmiddels is bekend dat door de snelle technologische ontwikkeling veel van de kennis die eerstejaars studenten opdoen, verouderd en achterhaald is op het moment dat ze hun diploma halen. Op dit moment leiden we mensen op voor banen die nu nog niet bestaan. Sterker, in die nog te ontwikkelen banen moeten mensen oplossingen vinden voor problemen waar we nu nog niet van weten. En deze ontwikkeling zal door blijven gaan. Wellicht nog sneller dan we ons nu überhaupt kunnen voorstellen.

Moeten we nog wel kennis overdragen?

Wat betekent dat voor leren? Wat moet je dan leren? Moeten we nog kennis overdragen. En zo ja, welke kennis? Wetend dat de halfwaardetijd, dankzij die snelle technologische ontwikkeling, van kennis alleen maar omlaag is gegaan. Volgens Dr. Andries de Grip is de halfwaardetijd van 12 jaar in 1940, via 7 jaar in 1970 naar 3 jaar in 2010 gegaan. Dat betekent dat jonge mensen die nu studeren op het moment van afstuderen nog niet eens over 50% relevante, up-to-date kennis beschikken.

In mijn (literatuur)onderzoek naar “de Professional”, dat ik voor Avans+ deed, geven veel schrijvers aan dat de professional vooral iemand is die over veel kennis beschikt. Het is dan wel interessant, om niet te zeggen cruciaal, om uit te zoeken welke kennis dat dan is, of moet zijn. Wetende dat de meeste kennis binnen 3 jaar de helft van z’n relevantie heeft verloren.

Het is daarom dat Dr. Th.P. Groen stelt dat we moeten investeren in kennis met een lange halfwaardetijd. Dat is volgens Groen kennis over hoe organisaties werken en wat informatie daarin voorstelt. Deze kennis heeft wél een lange halfwaardetijd. De mens en zijn cognitieve vermogens veranderen niet.

Kennisontwikkeling

Ik denk dat we toch verder moeten kijken dan alleen naar halfwaardetijden en naar kennis die wel relevant, want up-to-date is en blijft. Max Herold biedt hierbij een helpende hand; hij beschrijft kennisontwikkeling en wat dat betekent voor professionals en voor de manier van leren.

Allereerst de fases van kennisontwikkeling langs de assen van halfwaardetijd en strategisch belang; in een matrix gezet levert dat het volgende op:

Kennis

Strategisch belang van kennis

laag

hoog

Halfwaardetijd

van kennis

kort

Veelbelovende

Kritische sleutel

lang

Redundante

Basis

Als je deze indeling toepast op mensen krijg je de volgende typeringen:

+ Veelbelovend; de trainee die nog volop vragen mag en moet stellen
+ Kritisch; de high potential die bijdragen levert aan innovatie en productie
+ Basis; de productietijger die routinematige productie levert
+ Redundant; de verteller die nog alles weet van vroeger

Voor de high potential, en laten we hier ook de professional toe rekenen, is het lastig. Hoe zorg je nu dat je die kennis blijft verwerven die je nodig hebt om die bijdrage aan innovatie en productie te kunnen leveren? Niet elke professional wil of kan “vluchten” in management en geen enkele professional wil (te vroeg) een verteller worden. Dat kan de professional door leren te leren; hoe houdt de professional zijn kritische kennis up-to-date. Als hem dat lukt, wordt hij meester; immuun voor de halfwaardetijd van kennis.

Vormen van leren

Welke vormen van leren zijn dan relevant en effectief? Max Herold geeft de volgende drie typen van leren aan:

+ Socialiseren; van impliciete naar impliciete kennis. Vooral door afkijken, nadoen en meester-gezel relaties
+ Externaliseren; van impliciete naar expliciete kennis. Het maken van modellen en schema’s
+ Combineren; van expliciete naar expliciete kennis. Het vinden van nieuwe combinaties

Improving professionals

Om haar missie (meetbare performance verbetering door “improving professionals”) te realiseren, zal Avans+ wat de kennisoverdracht betreft zich gaan richten op die basiskennis (voor zover niet al bij deelnemers aanwezig) die minimaal nodig is. En als het om de kritische kennis gaat zal zij haar deelnemers vooral moeten leren te leren. Alleen daardoor worden deze “improved professionals” immuun voor de halfwaardetijd van kennis. Kennisoverdracht zinloos? Geenszins. Weet alleen goed welke kennis je moet overdragen. Je wilt geen vertellers afleveren, maar professionals.

Hans de Gruijter is stagiair HRD bij Avans+ en te volgen via @HansdeGruijter

Plaats ook een reactie

CAPTCHA This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.