• 20 februari 2015
  • Door: Lisette Kobussen

Hoe kan het leven van mensen met een chronische ziekte gemakkelijker worden? Op het moment dat zij in dit proces een leidende rol krijgen. Dat is de gedachte achter zelfmanagement als behandeling. Deze werkwijze vraagt om een andere rol voor zowel de praktijkverpleegkundige als de praktijkondersteuner in de huisartsenpraktijk. Voor het leesgemak refereer ik in dit blog met ‘praktijkverpleegkundige’ naar beide functies.

Wat is zelfmanagement?

De opkomst van het begrip ‘zelfmanagement’ is gebaseerd het Chronic Care Model. Dit is in de jaren ‘90 ontwikkeld door de Amerikaan Edward Wagner. Hij was op zoek naar manieren om de zorg voor mensen met een chronische ziekte te verbeteren. De basisgedachte van het model is dat chronisch zieken hun gedrag pas veranderen wanneer zij in dit proces een leidende rol krijgen.

In het artikel ‘Zelfmanagement bij chronische ziekten’ onderscheidt Trappenburg 3 niveaus waarop je naar zelfmanagement kunt kijken:

  1. Een verschuiving in visie van een meer paternalistisch model naar een participatiemodel.
    Met andere woorden: regie en verantwoordelijkheid verschuiven zoveel mogelijk naar de patiënt. Niet het aanbod van de zorgverlener, maar de vraag van de patiënt moet leidend zijn.
  2. Het vermogen van een patiënt om een aantal vaardigheden te ontwikkelen, die hem helpen om te gaan met zijn chronische ziekte.
  3. Een interventie: een behandelvorm waarin de patiënt leert actief te participeren in het omgaan met de chronische aandoening. Dit alles om zo optimaal mogelijk te functioneren in het dagelijks leven.

Zelfmanagement inzetten als interventie

Hoe kan een praktijkverpleegkundige zelfmanagement dan als interventie inzetten? De volgende zaken zijn van belang: bespreekbaar maken en accepteren van de ziekte, gedeelde besluitvorming over het beleid, vergroten van zelfzorgmogelijkheden, activeren en mobiliseren van sociale contacten en steun, bevorderen van therapietrouw en het behouden van een emotionele balans. Dit kan de praktijkverpleegkundige onder andere bereiken met het opstellen van een plan met exacte doelen en via motiverende gesprekstechnieken. Zo verandert de rol van de praktijkverpleegkundige naar een soort coach.

Goede opleiding van groot belang

De rolverandering van de praktijkverpleegkundige is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Een goede opleiding is daarom van groot belang. In de opleiding tot praktijkverpleegkundige bij Avans+ komen alle nodige zaken aan de orde. Zo wordt in de module Professionele rolontwikkeling uitgebreid aandacht besteed aan kennis, attitude en vaardigheden om patiëntconsulten te voeren. De insteek hiervan is de patiënt een actieve rol te laten spelen en verantwoordelijkheid te laten nemen voor zijn leven, gedrag en gezondheid.

Maatwerk is nodig

De vraag is natuurlijk of zelfmanagement voor alle patiënten effectief is. Onderzoek moet hier duidelijkheid over geven. Het TASTE-project is bezig met een onderzoek naar de succesvolle componenten van zelfzorgprogramma’s. De resultaten zijn veelbelovend, maar nog niet eenduidig. Wel is duidelijk dat bij iedere patiënt maatwerk nodig is.

Klaar voor de toekomst

Het gaat erom steeds weer te kijken naar wie de patiënt is. Wat vindt hij of zij belangrijk en hoe kan ik goed aansluiten vanuit mijn rol als praktijkverpleegkundige? Hoe zorg ik ervoor dat de patiënt aan zet komt? Daarbij blijft het essentieel om goed af te wegen of een zelfmanagementinterventie geschikt is voor de specifieke patiënt. De opleiding tot praktijkverpleegkundige helpt je om deze afweging te kunnen maken en een zorgverlener te zijn die is toegerust voor een toekomstbestendige eerstelijns gezondheidszorg.

Lisette Kobussen is docente bij de Verpleegkunde opleidingen en psychosynthesetherapeute.

Plaats ook een reactie

CAPTCHA Deze vraag dient om te testen of u een menselijke bezoeker bent en om geautomatiseerde spam-inzendingen te voorkomen.