• 06 september 2018
  • Door: ir. Iris van 't Leven

Regelmatig kom ik in laboratoria waar gewerkt wordt met materiaal dat besmet kan zijn met micro-organismen. Ongerustheid over blootstelling deelt het lab vaak in 2 kampen.

Aan de ene kant zijn er medewerkers die ongerust zijn over hun blootstelling. Dit zijn bijvoorbeeld medewerkers in medische laboratoria die zich afvragen hoe groot de besmettingskans is als ze met materiaal werken wat besmet blijkt te zijn met Zika, Dengue of Chikugunya.
Ook vragen zwangere werkneemsters zich vaak af of ze in een laboratorium kunnen blijven werken als in dezelfde werkruimte ook collega’s bezig zijn met analyse op Listeria, de bacterie die ook in rauwe kaas zit en een risico vormt in de zwangerschap. Een andere belangrijke vraag die vaak bij deze groep leeft is, hoe groot is de kans dat je HIV kunt krijgen als je in contact komt met bloed en hoe is besmetting te voorkomen? Logische vragen voor ongeruste lab medewerkers.

Aan de andere kant zijn er de medewerkers die juist sterk geloven in het opbouwen van weerstand. Gewoon even wennen, 2 weken ziek zijn, immuun worden en vervolgens veilig verder werken met de betreffende bacteriën. Want de organismen waar je mee werkt komen tenslotte ook voor in onze directe omgeving: thuis, op de kinderboerderij of in de sloot waar iemand regelmatig zit te vissen… Dus waar zouden we ons druk om maken? Maar klopt deze redenering eigenlijk?

Strengere wettelijke eisen

Cruciaal bij het kijken naar het risico is of de bacteriën en ziekteverwekkende organismen worden opgehoopt of niet. Hoe hoger de titer, hoe groter de kans dat besmetting plaats vindt. En dat is nu juist in een laboratorium anders dan thuis.

Daarom gelden voor laboratoria die ziekteverwekkende organismen opkweken veel strengere wettelijke eisen zodat ook medewerkers in biologische en biomedische laboratoria veilig en gezond kunnen werken. Ik kom regelmatig in laboratoria waar micro-organismen worden opgekweekt en merk dat men niet altijd op de hoogte is van deze vrij complexe regelgeving.

Het gaat hier om regelgeving die van verschillende kanten komt. Allereerst is er de Arbeidsomstandighedenwetgeving die bepaalt dat blootstelling moet worden beoordeeld en waar mogelijk beperkt. Ook eist deze wet dat bij werkzaamheden met micro-organismen categorie 2 worden gemeld bij de Inspectie SZW.

Vervoer van gevaarlijke stoffen

Verder is er de wetgeving rond vervoer van gevaarlijke stoffen, die strenge eisen stelt aan transport van monsters en van afval waarin biologische agentia kunnen zitten. Zo moeten laboratoria die meer dan 333kg ziekenhuisafval afvoeren een veiligheidsadviseur in huis hebben en bovendien zorgen dat alle medewerkers die betrokken zijn bij de afvalinzameling een bewustwordingscursus hebben gevolgd rond de risico’s bij transport van gevaarlijk afval.

Laboratoria die onderzoek doen aan proefdieren, eieren, cellijnen, eiwitoplossingen en andere producten van dierlijke oorsprong hebben te maken met wetgeving rond dierlijke bijproducten. Na de problemen die er waren met de verspreiding van BSE, ‘de gekke koeienziekte’ is EU-breed de handel van dierlijke bijproducten aan banden gelegd. Dit houdt in dat voor bepaalde werkzaamheden ontheffing moet worden aangevraagd en dat het afval gescheiden moet worden ingezameld, geëtiketteerd en verwerkt.

Besmetting is niet uit te sluiten

Een bijzonder aspect van werken met micro-organismen is dat ze zich kunnen vermenigvuldigen. In theorie is één organisme in staat om ziekte te veroorzaken. Daarom is besmetting niet uit te sluiten en is ook geen veilige grenswaarde op te stellen. Natuurlijk spelen zaken als weerstand en opgebouwde immuniteit mee, maar dat betekent ook dat bij verzwakte weerstand het risico gelijk toeneemt. Als iemand suikerziekte heeft of ontstekingsremmers gebruikt is de weerstand al anders. Daarom speelt bij het werken met ziekteverwekkende micro-organismen de bedrijfsarts en het arbeidsgezondheidskundig onderzoek een relatief belangrijke rol.

Voor veel ziekteverwekkende organismen kunnen we overigens geen immuniteit opbouwen. Deze organismen veranderen net zoals het verkoudheidsvirus gemakkelijk van eigenschappen. Een goede inventarisatie van de risico’s van de organismen waarmee gewerkt wordt kan hier uitsluitsel over geven.

Tegen deze achtergrond is de cursus Veilig werken met biologische agentia ontwikkeld. Daarbij wordt gewerkt vanuit de eisen die de wetgeving voor arbeidsomstandigheden stelt aan het werken met biologische agentia.

Ir. Iris van ’t Leven (toxicoloog/microbioloog) is als docent voor diverse laboratoriumcursussen verbonden aan Avans⁺ en heeft ruim 25 jaar ervaring met het ontwikkelen en geven van cursussen op het gebied van veiligheid in het laboratorium.

Plaats ook een reactie

CAPTCHA Deze vraag dient om te testen of u een menselijke bezoeker bent en om geautomatiseerde spam-inzendingen te voorkomen.