• 08 maart 2016
  • Door: Esther van Weele

Recent verscheen een rapport van het ministerie van VWS (2015) over psychosociale zorg bij somatische aandoeningen, zoals bijvoorbeeld kanker, die een grote impact hebben op het psychisch en/of sociaal functioneren. Het geeft een beeld van de huidige inrichting van de psychosociale zorg en een aantal knelpunten en adviezen.

Wat wordt verstaan onder psychosociale zorg

Psychosociale zorg is een koepelterm, het bestaat uit psychosociale ondersteuning en psychologische zorg. Psychosociale ondersteuning is vooral gericht op emotionele en praktische ondersteuning, bij (relatief) eenvoudige problemen van psychische en sociale aard. Psychologische zorg is vooral gericht op het behandelen van psychische problemen door gespecialiseerde zorgverleners als GZ-psychologen. Het rapport stelt dat psychosociale ondersteuning plaats dient te vinden gedurende het hele somatische zorgtraject, waarvan de medisch specialist en de verpleegkundig specialist, en in de nazorg huisarts en POH-GGZ, de voornaamste uitvoerders zijn.

Het belang van goede ondersteuning

Eén van de benoemde knelpunten is, dat deze zorgverleners tijdens een somatische behandeling niet altijd genoeg tijd hebben voor psychosociale ondersteuning en hier ook niet altijd goed voor zijn opgeleid. In tegenstelling tot genoemde zorgverleners heeft een oncologiefysiotherapeut, naast een frequenter contact met de patiënt, vaak ook meer consulttijd. Oncologiefysiotherapeuten krijgen hierdoor vrij gemakkelijk vertrouwen van patiënten en er is meer ruimte om naar ervaringen te luisteren. Het kunnen bieden van psychosociale ondersteuning is dan een must!

Daarom krijgt de master oncologiefysiotherapeut tijdens de masteropleiding oncologiefysiotherapie een masterclass Psychosociale oncologiefysiotherapie van 180 uur, waarin kennis wordt opgedaan over veel voorkomende psychosociale problemen en een aantal basisprincipes wordt aangereikt om psychosociale problemen bespreekbaar te maken. Conform de richtlijn Detecteren behoefte psychosociale zorg (2010) leert men tevens adequaat signaleren, zodat patiënten tijdig de juiste zorg op maat kunnen ontvangen (wat in de praktijk betekent een verwijzing naar de casemanager of huisarts die hierin verder de weg wijst) en is er aandacht voor maatschappelijke initiatieven die het herstelproces (ook sociaal en emotioneel) en de maatschappelijke participatie kunnen ondersteunen.

Inzet gedragsmatige technieken

Naast tijdige signalering van en verwijzing bij een te hoge psychosociale last, leert de master oncologiefysiotherapeut dat hij bij een lagere psychosociale last, ondersteuning kan bieden tijdens zijn behandeling. Resultaten uit een meta-analyse van Duijts et al (2011) onder borstkankerpatiënten en –overlevers, geven aan dat zowel fysieke training als het hanteren van gedragsmatige technieken effectieve verbetering kunnen geven in het psychosociaal functioneren en de kwaliteit van leven. Hierbij kun je denken aan een verbetering van de ervaren vermoeidheid, stress en spanning, depressieve klachten, angstklachten en zelfbeeld.

In de genoemde Masterclass leert de oncologiefysiotherapeut gedragsmatige technieken als gespreksvoering en coaching toe te passen om de verwerking van kanker te ondersteunen. Verder wordt er aandacht besteed aan het contact met patiënten, herkenning, geruststelling en normaliseren van problemen en symptomen, enkele sleutelelementen die ook in het onderzoek van Duijts et al (2011) benadrukt worden. De inzet van deze gesprekstechnieken kan patiënten opluchting geven en kan ondersteunend zijn bij het zoeken naar alternatieve strategieën om te leren dealen met stress of angst.

De waarde van interventies

Uiteraard is er in de Masterclass aandacht voor fysiotherapeutische interventies, welke effectief zijn om psychosociale problematiek te verbeteren, zoals diverse fysieke trainingsvormen maar bijvoorbeeld ook relaxatie- en mindfulnessoefeningen. Het effect van fysieke training op kankergerelateerde vermoeidheid, tijdens en na de behandeling, is veelvuldig onderzocht. Hierbij is vaak ook aandacht voor de positieve invloed van fysieke training op secundaire uitkomstmaten als depressie, stress, kwaliteit van leven en maatschappelijk functioneren. Het is belangrijk te weten dat interventies op meerdere vlakken hun waarde kunnen bieden. Hoe deze in te zetten, vraagt een goed inzicht in de context van de patiënt en zijn naaste(n), de behoeften en wensen en het type patiënt (hoe gaat hij met zijn ziekte om, welke copingstijl hanteert hij, op welke wijze leert deze persoon en in hoeverre wil en kan hij eigen regie pakken). Uiteindelijk gaat het om een unieke combinatie tussen eigen ervaring, evidence based interventies en de verwachtingen en wensen van de patiënt.

En dit maakt de master oncologiefysiotherapeut uiteindelijk een master: het bieden van zorg op maat waarbij de patiënt optimaal wordt ondersteund, bij het integreren van de gevolgen van de kanker(behandeling) in zijn persoonlijk leven.

Referenties

  • Duijts, M. Faber, H. Oldenburg, M. van Beurden & N. Aaronson (2011). Effectiveness of behavioral techniques and physical exercise on psychosocial functioning and health-related quality of life in breast cancer patients and survivors— a meta-analysis. Psycho-Oncology 20: 115–126.
  • Werkgroep ‘psychosociale zorg bij somatische aandoeningen’. (2015). Psychosociale zorg bij ingrijpende somatische aandoeningen. Ministerie VWS: Den Haag.
  • Werkgroep Richtlijn detecteren behoefte psychosociale zorg. (2010). Richtlijn detecteren behoefte psychosociale zorg. IKNL.

Plaats ook een reactie

CAPTCHA Deze vraag dient om te testen of u een menselijke bezoeker bent en om geautomatiseerde spam-inzendingen te voorkomen.