• 24 maart 2014
  • Door: Yvonne Bello

Over de toelatingseisen (en het nut daarvan).

Jeugdverpleegkundige nieuwe stijl = postbachelor

Regelmatig melden zich mbo opgeleide verpleegkundigen voor de postbacheloropleiding ‘Jeugdverpleegkundige nieuwe stijl’. Het betreft verpleegkundigen die niet werkzaam zijn in de jeugdgezondheidszorg (JGZ) of verpleegkundigen die binnen de JGZ als jeugdarts assistent(e) werken. Zij hopen met behulp van deze opleiding als jeugdverpleegkundige aan de slag te kunnen gaan. Dit signaal vraagt om een heldere uiteenzetting van de toelatingseisen en het opleidingsniveau van de opleiding. Beiden zijn gerelateerd aan de jeugdverpleegkundige beroepsuitvoering in een sterk- en voortdurend veranderende omgeving.

Toelatingseisen

Avans+ beoogt professionals beter (dan voorheen) te laten presteren in hun eigen beroepspraktijk. Dit gebeurt binnen de postbacheloropleiding voor jeugdverpleegkundigen onder meer door doelgericht te werken aan het versterken van de beroepscompetenties binnen de JGZ en het Centrum Jeugd en Gezin (CJG). De opleiding is zeer praktijkgericht. Avans+ beoogt prestatieverbetering in (1) persoonlijke groei en ontwikkeling, (2) de organisatie, welke gericht is op praktische, direct toepasbare kennisverwerving en vaardigheden en (3) de samenleving door aandacht voor het vak jeugdverpleegkunde.

Om toegelaten te worden tot de opleiding ‘Jeugdverpleegkundige nieuwe stijl’ gelden als eisen:

  • BIG geregistreerd verpleegkundige; iemand die voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) wordt geregistreerd als verpleegkundige.
  • De kennis vanuit de opleiding moet kunnen worden toegepast in een professionele (werk)omgeving. Dat betekent dat de deelnemer minimaal 8 uur per week werkzaam is in een JGZ instelling dan wel stage loopt.
  • Werk- en denkniveau: minimaal op bachelor niveau.

Complexiteit en verantwoordelijkheid

Om het bachelor niveau te definiëren zijn internationaal gehanteerde ‘Dublin descriptoren’ leidend. Dit zijn referentiepunten voor het eindniveau van het hoger onderwijs, op basis waarvan een niveau-indeling gemaakt kan worden voor de beroepsbeoefenaar met een bachelor werk- en denkniveau. Onderscheid wordt gemaakt in 5 niveaus;

Dublin Descriptor

Kwalificaties Bachelors

Kennis en Inzicht

Heeft aantoonbare kennis en inzicht vaneen vakgebied, waarbij wordt voortgebouwd op het niveau bereikt in het voortgezet onderwijs en dit wordt overtroffen; functioneert doorgaans op een niveau waarop met ondersteuning van gespecialiseerde handboeken, enige aspecten voorkomen waarvoor kennis van de laatste ontwikkelingen in het vakgebied vereist is.

Toepassen kennis en inzicht

Is in staat om zijn/haar kennis en inzicht op dusdanige wijze toe te passen, dat dit een professionele benadering van zijn/haar werk of beroep laat zien, en beschikt verder over competenties voor het opstellen en verdiepen van argumentaties en voor het oplossen van problemen op het vakgebied.

Oordeelsvorming

Is in staat om relevante gegevens te verzamelen en interpreteren (meestal op het vakgebied) met het doel een oordeel te vormen dat mede gebaseerd is op het afwegen van relevante sociaalmaatschappelijke, wetenschappelijke of ethische aspecten.

Communicatie

Is in staat om informatie, ideeën en oplossingen over te brengen op een publiek bestaande uit specialisten of niet-specialisten.

Leervaardigheden

Bezit de leervaardigheden die noodzakelijk zijn om een vervolgstudie die een hoog niveau van autonomie veronderstelt aan te gaan.

De opleiding ‘Jeugdverpleegkundige nieuwe stijl’ is een post initiële opleiding, dat wil zeggen verdiepend op de generieke opleiding voor verpleegkundigen (mbo verpleegkunde of hbo verpleegkunde). Het niveau van de opleiding is postbachelor. Bij mbo niveau ligt het accent veel sterker op doen (kennis en inzicht en toepassen van kennis en inzicht) en in veel mindere mate op oordeelsvorming, effectieve communicatie en zelflerend vermogen.

De term bachelor wordt in de huidige praktijk van jeugdverpleegkundigen nog weinig gebruikt omdat het merendeel van hen in de ‘oudere’ hbo structuur geschoold is. Daarbij kent het vak verpleegkunde op dit moment nog de 2 niveaus, zoals die op basis van kwalificaties zijn vastgelegd in de kwalificatiestructuur voor beroepen in de zorg¹. Hierin worden niveau 4 als mbo niveau en niveau 5 als hbo niveau beschreven. Daarnaast geldt voor verpleegkundigen die in-service zijn opgeleid en de opleiding Maatschappelijke Gezondheidzorg (MGZ) hebben gevolgd, dat zij eveneens als hbo verpleegkundigen gelden. Voor de eenduidigheid wordt hierna de term hbo gebruikt i.p.v. bachelor.

Nieuwe beroepenstructuur

In het nieuwe verpleegkundige beroepsprofiel (V&VN, 2013) wordt de titel verpleegkundige voorbehouden aan de hbo opgeleide verpleegkundige. Hiermee zal onderscheid voor de verpleegkundige functie naar niveau 4 en 5 verdwijnen, hoewel in het veld nog geen consensus is bereikt over de titel zorgkundige voor mbo opgeleide zorgprofessionals.

Aansluitend op het nieuwe beroepsprofiel heeft de minister van VWS de “Adviescommissie Innovatie Zorgberoepen en Opleidingen” in 2012 opdracht gegeven een advies uit te brengen over de gewenste ontwikkeling van beroepen en opleidingen in de gezondheidszorg, gebaseerd op de toekomstige zorgvragen en maatschappelijke- en technologische ontwikkelingen binnen de zorg. Het doel is om een nieuwe beroepenstructuur en een daarop afgestemd opleidingscontinuüm te ontwikkelen voor kwalitatief hoogwaardige, doelmatige en toegankelijke zorg.

In aansluiting op het verpleegkundig beroepsprofiel (V&VN, 2012) wordt momenteel het ‘expertiseprofiel van de jeugdverpleegkundige’ geschreven. Deze wordt in het voorjaar 2014 gepresenteerd. Op basis van 7 CanMeds competenties wordt het jeugdverpleegkundige werk in kaart gebracht, dat zich op hbo niveau afspeelt.

Jeugdverpleegkundigen hebben een eigen deskundigheidsgebied in het Kwaliteitsregister van de V&VN. De toelatingseisen voor registratie zijn door de beroepsgroep (V&VN Fractie Jeugd) zelf vastgesteld. Om toegelaten te worden geldt dat de jeugdverpleegkundige op hbo niveau is opgeleid en aantoonbaar een introductieprogramma heeft doorlopen, beschikt over een certificaat van een postbacheloropleiding voor jeugdverpleegkundigen of minimaal 2 jaar ervaring heeft in de JGZ.

Onderscheid mbo en hbo niveau

Verpleegkundigen op zowel mbo als hbo niveau oefenen hun beroep solistisch en/of als teamlid uit en zijn verantwoordelijk voor het zelfstandig uitvoeren van een cyclisch verpleegkundige proces.

Het onderscheid tussen een mbo en hbo verpleegkundige is afhankelijk van professionele competenties en niet van functionele afhankelijkheid. Mbo en hbo kwalificaties voor verpleegkundigen onderscheiden zich naar verantwoordelijkheid, complexiteit en transfer, waarbij verantwoordelijkheid en complexiteit overeenkomen met de kenmerken zoals aangegeven van de Dublin descriptoren. Transfer duidt op de reikwijdte en de wendbaarheid van de kennis en de vaardigheden van de verpleegkundige.

Het gaat daarbij om:
+ De hoeveelheid context gebonden kennis en vaardigheden, zoals deze wordt toegepast in een relatief beperkt aantal specifieke situaties.
+ Beroep specifieke kennis en vaardigheden, zoals deze kan worden toegepast in uiteenlopende situaties.
+ Beroepsonafhankelijke kennis en vaardigheden, zoals deze wordt toegepast in veel, sterk uiteenlopende en ‘overstijgende’ situaties.

Naar de praktijk vertaalt, kunnen hbo verpleegkundigen¹:

  1. Consult verlenen en een voorbeeldfunctie vervullen. De hbo verpleegkundige adviseert in alle fasen van het primaire- en secundaire fasen van het verpleegkundige proces.
  2. Zorg verlenen in situaties waarin niet op standaardprocedures kan worden teruggevallen. Dit houdt in dat de hbo verpleegkundige buiten procedures om en in complexe situaties handelingsmogelijkheden beargumenteerd.
  3. Zorginhoudelijke regiefunctie op zich nemen, inhoudend:
    + Vaststellen van de zorgvraag en nagaan welke factoren hierop van invloed zijn.
    + Bepalen welke interventies uitgevoerd moeten worden, in welke volgorde en door welke beroepsbeoefenaars (indicatiestelling).
    + Toewijzen van zorgvragers.
    + Coördineren van het totale, integrale zorgproces, waarbij meerdere disciplines zijn betrokken.
  4. Scheppen van voorwaarden voor verbetering van het primaire verpleegkundige proces. Dit houdt in: kwaliteitsbewaking, – beheersing en -bevordering (bijv. de ontwikkeling van standaarden, procedures, protocollen) en deskundigheidsbevordering.

Kritisch en analytisch denken

Mbo verpleegkundigen handelen vooral geprotocolleerd, dat wil zeggen dat zij zich primair richten op de vraag hoe je iets aanpakt en het daadwerkelijk doen. In complexe situaties consulteren zij een hbo verpleegkundige. Hbo verpleegkundigen kunnen kritisch- en analytisch denken, wat hen bekwaamt om zelfstandig handelingsmogelijkheden te beargumenteren en op basis van evidente kennis keuzes te maken. Daarmee kunnen zij van standaarden en protocollen afwijken, als de zorg hierom vraagt. Dit kritisch- en analytisch denken stelt de hbo verpleegkundige tevens in staat om de transfer te maken van theorie naar praktijk, evenals tot proactief handelen. Zij kan op eigen initiatief en vooruitdenkend verbeteringen aanbrengen. Ook kan zij voorstellen in de zorg aan cliënten doen en verbeteringen in de verpleegkundige zorg en/of organisatie van zorg aanbrengen.

De jeugdverpleegkundige beroepsuitvoering

Ook op inhoudelijke argumenten kan worden aangetoond dat de jeugdverpleegkundige beroepsuitvoering om hbo werk- en denkniveau vraagt. Jeugdverpleegkundigen werken veelal zonder geleide van protocollen en standaarden.

Een belangrijk kenmerk van publieke gezondheidszorg is het bieden van gevraagde- en ongevraagde zorg, waarbij de contacten met jeugdigen, ouders en intermediairen (leerkrachten, interne begeleiders, pedagogisch medewerkers in de kinderopvang, etc.) tweeledig zijn. Voortdurend wordt individuele gezondheid vertaald naar collectieve gezondheid en omgekeerd. Deze vertaalslag kan niet worden geprotocolleerd, iedere situatie is namelijk anders.

Tijdens de contactmomenten maakt de jeugdverpleegkundige in korte tijd een inschatting van zowel de gezondheidstoestand van de jeugdige als van het gehele systeem waarin de jeugdige zich begeeft. Naast de gezinssituatie worden ook de situatie in de (voor)schoolse voorzieningen, buurt of clubs en het virtuele milieu² (internet, gaming etc.) waarin de jeugdige zich begeeft meegenomen in de beoordeling van (bedreigde) ontwikkelingsproblemen. Het taxeren van de gezondheidsrisico’s van de jeugdige zelf en binnen het systeem waar de jeugdige zich in begeeft gebeurt deels op basis van het Balansmodel³, en deels op basis van een ’pluis – niet pluis gevoel’. Deze interpretatie van bevindingen en het beoordelen van gezondheidsrisico’s is grotendeels niet geprotocolleerd.

Ongevraagde zorg verlenen

Jeugdverpleegkundigen bieden veelal ongevraagde zorg omdat jeugdigen en/of ouder(s) zich niet altijd bewust zijn van de hulpvraag, die achter het verhaal schuilt. Het ongevraagd inbreken in de leefwereld van jeugdige en/of ouder(s) vereist specifieke competenties van de jeugdverpleegkundige, waarin tact en een juiste bejegening belangrijk zijn, om niet betuttelend te worden. Jeugdverpleegkundigen maken gebruik van verschillende gespreksmodellen om het gedrag te beïnvloeden. Zij moeten kunnen metacommuniceren om het gesprek op inhoud, proces en betrekkingsniveau te sturen en/of beïnvloeden. Bij outreachende zorg gaat het meestal ook om complexe situaties, niet gestandaardiseerd en waarbij de jeugdverpleegkundige de bekwaamheid heeft om zelfstandig te oordelen en te interveniëren, zonder geleide van protocollen.

Overzien en anticiperen

In de ontwikkelingen rondom de publieke zorg voor jeugd neemt integrale samenwerking een steeds prominentere plaats in. Complexe casuïstiek wordt in toenemende mate multidisciplinair besproken. Van jeugdverpleegkundigen wordt verwacht dat zij vanuit hun eigen specifieke deskundigheid bijdragen aan de multidisciplinaire besluitvorming en regie kunnen nemen op zowel casusniveau als procesniveau, wanneer dat van toepassing is. Dit vereist hbo werk- en denkniveau. Daarnaast geven jeugdverpleegkundigen vanuit hun eigen deskundigheid consult en advies aan intermediairen op (voor)schoolse voorzieningen en kinderopvang. De jeugdverpleegkundige praktijkuitvoering speelt zich af in het publieke domein en is daarmee onderhevig aan maatschappelijke veranderingen. Dit vraagt van jeugdverpleegkundigen een proactieve houding ten aanzien van het jeugdverpleegkundig beleid binnen hun eigen instelling. Zij moeten in staat zijn de consequenties van veranderingen op lokaal niveau en binnen de organisatie voor de jeugdverpleegkundige beroepsuitoefening te overzien en daarop te anticiperen. Jeugdverpleegkundigen kunnen inhoudelijk consult verlenen aan collega’s binnen en buiten de eigen beroepsgroep. Zij houden hun deskundigheid op peil door deskundigheidsbevordering, intervisie en interdisciplinaire toetsing en door bij te dragen aan protocollering en/of het kwaliteitssysteem binnen de organisatie.

Conclusie

Samengevat vereist het werk van jeugdverpleegkundigen hbo werk- en denkniveau en de instroom in de postbacheloropleiding ‘Jeugdverpleegkundige nieuwe stijl’ kan alleen plaatsvinden op basis van dit niveau. Het is mogelijk dat een mbo verpleegkundige, die de opleiding wil volgen, door lange ervaring binnen de JGZ of aangrenzende werkvelden een hbo werk en denkniveau heeft verworven (zgn. eerder verworven competenties). Werkervaring in bijvoorbeeld jeugdzorg of een asielzoekerscentrum kan voor de opleiding ook toegevoegde waarde hebben. In dat geval wordt voor aanvang van de opleiding een uitgebreid assessment afgenomen, waaruit moet blijken of hbo werk- en denkniveau aanwezig is. Op basis van het assessment volgt een adviesgesprek met het opleidingsmanagement en wordt een positief of negatief advies afgegeven voor deelname.

Contact

Voor meer informatie over de opleiding Jeugdverpleegkundige nieuwe stijl neem gerust contact op met opleidingsmanager Yvonne Bello, bel 0900 110 10 10 (lokaal tarief) of mail mailto:ybello@avansplus.nl.

¹Ministeries OCW en VWS (1996) Gekwalificeerd voor de toekomst.
² Martine Delfos (2009 Ontwikkeling in vogelvlucht.
³ NCJ (2007), JGZ Richtlijn Vroegsignalering.

 

Plaats ook een reactie

CAPTCHA This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.