• 10 juni 2014
  • Door: Esther Gerritsen

Als gastdocent duurzaamheid en integraal ontwerpen, maar ook in mijn rol als adviseur duurzaamheid bij Techniplan Adviseurs wordt mij vaak de vraag gesteld: wat is de meest duurzame installatie? Mijn antwoord: de meest duurzame installatie is een installatie die een integraal onderdeel van het gebouw vormt, waarbij zowel de prestatie op gebied van milieu als gezondheid en comfort optimaal zijn. En om het juiste installatieconcept te kiezen is een goed opgeleide installatie ontwerper nodig.

Duurzaam ontwerpen

Vanuit wettelijke voorschriften worden de eisen aan de duurzaamheid van een gebouw steeds hoger, zoals de aanscherping van de EPC-eis voor woningen naar 0,4 per 1 januari 2015 en de ambitie van de overheid om in 2020 EPC-0 gebouwen te realiseren. Maar ook vanuit marktwerking worden de eisen aan gebouwen steeds hoger, bijvoorbeeld de trend waarbij voor kantoren een Breeam ‘Very Good’ certificaat de norm is.

Een traditioneel ontwerpproces waarbij iedere discipline separaat wordt uitgewerkt is inmiddels achterhaald en levert niet de mogelijkheid om het maximale uit het ontwerp te halen om de duurzaamheidsambitie te realiseren. Zelfs het realiseren van de steeds strengere eisen wordt met deze traditionele aanpak steeds lastiger. Een integraal ontwerpproces biedt ruimte voor synergie tussen verschillende disciplines en maakt nieuwe, innovatieve oplossingen mogelijk. Hoe hoger de duurzaamheidseisen en ambities, hoe belangrijker een integraal ontwerpproces wordt en hoe intensiever de benodigde samenwerking.

De duurzame installatieontwerper

De traditionele installatieontwerper die is afgestudeerd aan de HIT is uitstekend voorbereid tot het technisch uitwerken van een gebouwconcept in een gebouwontwerp. Bij gebouwen met een hoge duurzaamheidsambitie wordt echter meer verwacht van de installatieontwerper. In plaats van het uitwerken van bekende oplossingen, wordt de ontwerper gevraagd om nieuwe innovatieve concepten met elkaar te vergelijken en het beste concept te selecteren. Die keuze wordt gemaakt op basis van techniek, duurzaamheid, (levensduur)kosten en beleving. Hierbij zijn bij de conceptkeuze nog niet alle keuzes vastgelegd en kunnen nieuwe onvoorziene technische knelpunten optreden. Voor de ontwerper is het belangrijk om te weten welke invloed zijn keuzes hebben op de verschillende installaties onderling, de bouwkundige uitgangspunten en de uiteindelijke prestatie van het gebouw.

Bij duurzaam ontwerpen wordt vaak niet alleen naar de bouw, maar naar de hele levensduur van het gebouw gekeken. De duurzame ontwerper moet dus ook bewust zijn van het gebruik en onderhoud van het gebouw inclusief de installaties.

Een Breeam ambitie voor een project vraagt ook een andere opstelling van de ontwerper in het proces. Voor een ontwerper is het niet van belang hoe de gang van zaken van de procedures is, maar wel op welke credits keuzes invloed hebben en de invloed op de score per credit. Door dit tijdig terug te koppelen aan de expert van een project kan gezocht worden naar de beste invulling van een Breeam ambitie.

Een voorbeeld van een integrale aanpak in het ontwerpproces is het ontwerpen van de gevel van het gebouw. Bij een gevel ontstaat er een spanningsveld tussen de transparantie van het gebouw, het thermisch comfort, en het energieverbruik voor verwarming, koeling en verlichting. De architect ontwerpt de gevel, de bouwfysicus bewaakt de uitgangspunten van de gevel en de installaties met betrekking tot onder andere daglichttoetreding en energieverbruik, de duurzame installatieontwerper W ontwerpt de verwarmings- en koelinstallatie en de duurzame installatieontwerper E ontwerpt het verlichtingssysteem. Doordat de duurzame installatieontwerper inzicht heeft in de relatie van het gevelontwerp met de installatie die hij ontwerpt, kan hij in het team randvoorwaarden aandragen voor het gevelontwerp, zoals het maximale glaspercentage dat met het gekozen installatieconcept toegepast kan worden en oplossingsrichtingen aandragen zoals het verlagen van de ZTA-waarde van het glas.

Het opleiden van de duurzame installatieontwerper

De duurzame ontwerper heeft een andere opleidingsbehoefte dan de traditionele ontwerper. In plaats van alleen vakinhoudelijke kennis van de W- of E-installatietechniek moet de W-ontwerper ook kennis hebben van de E-installaties en andersom. Ook moet de W- of E-ontwerper kennis hebben van andere disciplines zoals bouwfysica, bouwkunde, constructies, etc. om in te kunnen schatten wat zijn keuzes voor invloed hebben op het ontwerp. Ook communicatieve vaardigheden zijn van groot belang voor een goede samenwerking en om kennis over te dragen.

Een duurzame ontwerper met de HIT als basis heeft als rol om inzichtelijk te maken wat de verschillende technische mogelijkheden zijn en wat de invloed op de prestatie van het gebouw als geheel en op de kosten gedurende de levensduur van het gebouw.

Bij Techniplan Adviseurs werken wij al jaren op integrale wijze samen met de verschillende disciplines binnen een bouwteam aan duurzame gebouwontwerpen. Vanuit deze praktijkervaring kijk ik mee met Avans+ hoe duurzaamheid meer geïntegreerd kan worden in het gehele programma van HIT-W en HIT-E. Het onderwerp duurzaamheid wordt vanuit een aantal verschillende technische vakken belicht. Door duurzaamheid en integraal ontwerpen als rode draad door het gehele opleidingsprogramma te verweven zal een student zich naast duurzame technieken ook een nieuwe denkwijze eigen maken, en zullen de installatieontwerpers met een HIT-diploma voorbereid zijn op de ontwerpuitdagingen van de toekomst.

Plaats ook een reactie

CAPTCHA Deze vraag dient om te testen of u een menselijke bezoeker bent en om geautomatiseerde spam-inzendingen te voorkomen.