• 22 mei 2017
  • Door: Sjoerd Bos

Kinderen bewegen veel en graag. Dat zien we bijvoorbeeld tijdens het spelen op het schoolplein en in de eigen woonomgeving. Het behouden van die actieve leefstijl is een belangrijke doelstelling. Om dat doel te bereiken leren kinderen in het bewegingsonderwijs deelnemen aan een breed scala van bewegingsactiviteiten, zodat ze een ruim ‘bewegingsrepertoire’ opbouwen. Dat repertoire bevat motorische aspecten, maar ook sociale vaardigheden.

Bewegingsonderwijs krijgt een steeds grotere rol in de (bewegings)opvoeding van kinderen. Kinderen bewegen tegenwoordig minder en eenzijdiger thuis en op straat. Daarom is het belangrijk dat kinderen minimaal 2 keer, maar bij voorkeur 3 per week bewegingsonderwijs krijgen, dat van goede kwaliteit is en door deskundige leerkrachten wordt verzorgd.

Doel van bewegingsonderwijs

Bewegingsonderwijs wordt ook wel gymnastiek, gymles of lichamelijke opvoeding genoemd. Op de basisschool is het onderwijs in bewegen vooral gericht op het aanleren van een verantwoorde deelname aan de bewegingscultuur. Die ‘cultuur’ omvat allerlei sportieve activiteiten en soorten bewegingsrecreatie, maar ook de actuele bewegingswereld van kinderen waarin zij spelen. Het doel van bewegingsonderwijs is de leerlingen breed te introduceren in die bewegingscultuur: kinderen leren om zelfstandig en gezamenlijk een bewegingsactiviteit op gang te brengen en houden. Ook het rekening houden met anderen speelt hierbij een belangrijke rol.

Het vak bewegingsonderwijs is standaard opgenomen in het onderwijsprogramma binnen het basisonderwijs. Binnen het bewegingsonderwijs ervaren leerlingen de hoofdbeginselen van de belangrijkste bewegings- en spelvormen in aansprekende bewegingssituaties. Het gaat daarbij om bewegingsvormen als balanceren, springen, klimmen, schommelen, duikelen, hardlopen en bewegen en muziek. En om spelvormen als tikspelen, doelspelen, spelactiviteiten waarbij het gaat om mikken, jongleren en stoeispelen.

Het belang van beweging

De meeste bewegings- en sportactiviteiten worden gezamenlijk ondernomen en dus is het nodig om te leren afspreken wat de regels zijn, hoe die na te leven en wie welke rol speelt. Verder hoort daarbij elkaar helpen, op veiligheid letten, elkaars mogelijkheden respecteren en eigen mogelijkheden verkennen.

Om zo goed mogelijk in te spelen op het belang van bewegen zijn eigentijdse kerndoelen geformuleerd die aansluiten op de ontwikkelingen in onze samenleving en het bewegingsonderwijs zoals dit in het primair onderwijs wordt vormgegeven.

Deze kerndoelen zijn als volgt geformuleerd;

  • De leerlingen leren op een verantwoorde manier deelnemen aan de omringende bewegingscultuur en leren de hoofdbeginselen van de belangrijkste bewegings- en spelvormen ervaren en uitvoeren.
  • De leerlingen leren samen met anderen op een respectvolle manier aan bewegingsactiviteiten deelnemen, afspraken maken over het reguleren daarvan, de eigen bewegingsmogelijkheden inschatten en daarmee bij activiteiten rekening houden.

Actieve leefstijl

Kinderen bewegen, spelen en sporten van nature graag. Dat is maar goed ook, want bewegen is essentieel voor de ontwikkeling van jonge kinderen. Ze krijgen spelenderwijs grip op hun omgeving en ontdekken al bewegend hun eigen mogelijkheden en beperkingen, ook in vergelijking met anderen. Kinderen communiceren door middel van lichaamstaal en bewegingsspel. Helaas komt de natuurlijke bewegingsdrang steeds meer onder druk te staan doordat kinderen vandaag de dag steeds minder bewegen.

Hier ligt een belangrijke taak voor scholen in het primair onderwijs. De school kan ervoor zorgen dat alle kinderen een breed bewegingsrepertoire opbouwen dat ze overal kunnen toepassen en uitbouwen, waardoor ze het plezier in bewegen niet kwijtraken. Dit plezier is van groot belang voor het bevorderen van een blijvende deelname aan de bewegingscultuur. Plezier wordt door de kinderen zelf als belangrijkste reden voor sporten genoemd. Uit onderzoek blijkt dat juist de basisschoolleeftijd als een kritieke fase wordt gezien voor de ontwikkeling van een actief beweegpatroon.

Kwaliteit en bevoegdheid

De kwaliteit van het bewegingsonderwijs staat of valt met de kwaliteit van de man of vrouw die voor de groep staat. Een inspirerende en uitdagende invulling motiveert kinderen tot deelname aan bewegen en tot het ontwikkelen van een leefstijl waarin regelmatig bewegen vanzelfsprekend is. Het is daarom van groot belang dat de lessen gegeven worden door ambitieuze, enthousiaste en bevoegde leerkrachten.

Maar welke leerkrachten zijn bevoegd tot het geven van een gymles. In het kort komt het er op neer dat de volgende leerkrachten bevoegd zijn tot het geven van een bewegingsles:

  1. leerkracht met een oude brede bevoegdheid. (pabo-afgestudeerd voor 2005);
  2. leerkracht met een tijdelijke brede bevoegdheid (volgt de leergang bewegingsonderwijs en in het bezit van een aaneengesloten 2-jarige tijdelijke bevoegdheid);
  3. vakspecialist (leerkracht met de nieuwe brede bevoegdheid na het afronden van de leergang vakbekwaamheid bewegingsonderwijs);
  4. vakleerkracht (afgestudeerde van de academie voor lichamelijke opvoeding (ALO).

Niet bevoegd is een leerkracht met een smalle bevoegdheid. Dit is een leerkracht die aan de pabo is afgestudeerd na 2005, zonder de aanvullende leergang vakbekwaamheid bewegingsonderwijs. Deze leerkracht mag alleen lesgeven aan de groepen 1 en 2. Pas na het behalen van de leergang vakbekwaamheid bewegingsonderwijs is de leerkracht, ook wel vakspecialist genoemd, volledig bevoegd om zelfstandig les te mogen geven aan alle groepen binnen het basisonderwijs.

De postbachelor opleiding Leergang Vakbekwaamheid Bewegingsonderwijs van Avans+

Om de kwaliteit van het bewegingsonderwijs te verbeteren en een actieve leefstijl bij kinderen te stimuleren biedt Avans+ de postbachelor opleiding leergang vakbekwaamheid bewegingsonderwijs aan. Deze opleiding richt zich op ambitieuze afgestudeerde Pabo leerkrachten in het primair onderwijs die een veilige, belevingsvolle en betekenisvolle invulling willen geven aan het bewegingsonderwijs binnen hun eigen organisatie.

Binnen de leergang maken de toekomstige vakspecialisten, onder begeleiding van onze ervaren professionals en docenten uit het werkveld zich een breed scala van bewegingsactiviteiten eigen. Daarnaast zijn de belangrijkste drijfveren binnen de opleiding bewegingsplezier, motorisch leren, het (zelf)reguleren van bewegingsactiviteiten, coöperatief leren, gezondheid en bewegen, passend onderwijs en EHBO.

Plaats ook een reactie

CAPTCHA Deze vraag dient om te testen of u een menselijke bezoeker bent en om geautomatiseerde spam-inzendingen te voorkomen.