• 08 mei 2014
  • Door: Hans de Gruijter

In de eerste klas van de middelbare school kreeg ik Frans. In het boek dat op mijn school werd gebruikt, ging het eerste hoofdstuk over “Le Français moyen”. De eerste zin luidde: “Le Français moyen n’ existe pas.” De gemiddelde Fransman bestaat dus niet. Merde! Terwijl iedereen, ook nu nog, een beeld heeft van hoe een gemiddelde Fransman eruit ziet. Bij de tekst in ons lesboek stond tot overmaat van ramp wel een tekening van de archetypische Fransman; alpinopet, stokbrood onder de arm en een Gauloise sigaret losjes in de mondhoek. (Van antirookcampagnes was toen duidelijk nog geen sprake….) Al mijn klasgenoten die, net als ik, wel eens in Frankrijk waren geweest, herkenden het beeld gelijk. En toch, hield onze docent – en de tekst – ons voor over die gemiddelde Fransman; hij bestond niet.

Een vergelijkbare redenering kunnen we opzetten over dé professional. Iedereen heeft een beeld van de professional. En die beelden zijn allemaal juist en waar. Althans, voor diegene die zich dat beeld heeft gevormd. Maar met het optellen van al die verschillende beelden zijn we er nog niet; optellen en delen door het aantal beelden, levert misschien wel een rekenkundig gemiddelde op, maar het feitelijke beeld is een verdrietig makend slap en gemiddeld aftreksel van al die afzonderlijke professionals.

Dé professional bestaat dus niet

Althans, niet in de zin dat er één sluitende omschrijving te geven is waar alle professionals onder vallen. In elke beroepsgroep en op bijna alle niveaus binnen een beroepsgroep kom je professionals tegen. Omdat die beroepsgroepen verschillen en de niveaus binnen die beroepsgroepen ook niet allemaal gelijk zijn, zal het altijd ondoenlijk zijn om te praten over dé professional.

Improving professionals?

Wat staat je te doen als je als Avans+ “improving professionals” in je logo hebt staan? Over welke professionals praat je dan? En hoe maak je dan écht werk van het verbeteren van die professionals? Daarvoor heb je kennis van de beroepscontext van die professional nodig. En een kader van waaruit je samen met die professional gaat kijken naar de wens en mogelijkheden om (verder) te verbeteren. Dat kader heb ik gevonden in mijn onderzoek naar “de Professional”. Dat onderzoek bestond uit een literatuuronderzoek en een 22-tal interviews met medewerkers, freelance docenten, deelnemers en opdrachtgevers van Avans+.

De literatuur en de interviews samen gaven een mooi beeld dat samen kwam in de volgende twee kaders:

Aspecten van professionaliteit:

  1. Technisch-instrumenteel – welke kennis, vaardigheden, methoden, technieken, vaardigheden, etc. heb je nodig om jouw professie uit te oefenen?
  2. Organisatorisch – hoe richt je je werk in, hoe zoek je samenwerkingsverbanden, welke processen gebruik je, hoe plan je je werk en hoe deel je het in?
  3. Sociaal-interactief – hoe werk je samen, hoe maak en onderhoud je relaties, hoe geef je leiding, hoe ontvang je leiding, hoe divers is je communicatie toolkit?
  4. Existentieel – vanuit welke motivatie doe jij je werk, welke waarden zijn voor jou belangrijk, welke overtuigingen en principes spelen een rol?

Oriëntaties van de professional:

  1. Op de beroepscontext – in welke omgeving oefen ik mijn professie uit, hoe kan ik daar effectief en succesvol zijn, hoe draag ik daar het best aan bij, welke processen geven de doorslag, welke manier van communiceren en samenwerken hoort daar bij, hoe gaat men met leren, ontwikkelen, veranderen en innoveren om?
  2. Op de professie – hoe zorg ik ervoor dat ik met mijn vakmanschap bijdraag aan de verdere ontwikkeling van mijn professie, aan mijn organisatie, aan de beroepsgroep en (eventueel zelfs) aan de maatschappij?
  3. Op zichzelf – hoe zorg ik dat ik bij blijf in mijn vak, hoe leer ik, welke stappen heb ik nog te zetten, waar wil ik me op richten?

Deze twee kaders bieden ruime mogelijkheden aan Avans+ om samen met deelnemers te onderzoeken waar de mogelijkheden liggen voor die deelnemers om zich als professional verder te ontwikkelen en te verbeteren. En daarna in hun eigen organisatie impact te hebben.

Dit proces levert niet dé professional op, maar heel veel verschillende professionals. En juist die verschillen doen recht aan de diversiteit van en op de arbeidsmarkt. En juist die diversiteit is waar bedrijven en organisaties behoefte aan hebben. Zoals Dragan Kalkan zich hier al eerder afvroeg; Which size fits you?

Hans de Gruijter is stagiair HRD bij Avans+ en te volgen via @HansdeGruijter

Plaats ook een reactie

CAPTCHA Deze vraag dient om te testen of u een menselijke bezoeker bent en om geautomatiseerde spam-inzendingen te voorkomen.