• 01 oktober 2014
  • Door: Ludo de Bie

Het toetsen van competenties bij het ontwikkelen van mensen vergelijk ik graag met de loopbandtest die bij hardlopers wordt afgenomen. Een loopbandtest is een goede methode voor het bepalen van de VO2max, de aanwezige capaciteit van een renner. Maar als je gaat hardlopen in de buitenlucht, dan blijken er meer factoren aanwezig te zijn die invloed hebben op het resultaat. Tegenwind, het type ondergrond waar je op loopt of obstakels bijvoorbeeld. En zo is dat ook bij de prestaties van professionals. Met de klassieke toets wordt de aanwezige capaciteit vastgesteld. Dit vormt wel een basis voor de praktijk, maar dit is geen garantie voor succes.

De theorie blijft gelijk

Mijn oudste zoon heeft nu 5 jaar middelbare school erop zitten en ik heb hem als goede vader regelmatig geholpen door hem te overhoren. Daarbij viel me op dat de vakken Economie en Management & organisatie dezelfde theorie behandelen die ik heb gelezen in mijn eigen middelbareschooltijd. Ook in het hoger onderwijs heb ik diezelfde theorie gelezen. En nu doceer ik deze theorie in onze modules Economie en Organisatiekunde, onderdelen van onze (post)bachelor- en masteropleidingen. Ook andere masteropleiders gebruiken deze theorie.

De oriëntaties van de professional

Infographic Avans+

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Waarin maakt Avans+ dan het verschil als die theorie zo weinig is veranderd? Bij Avans+ leiden we mensen op met een beroep, professionals. Dat wil zeggen, onze deelnemers zijn werkenden en daardoor iedere dag bezig met het uitoefenen van een beroep en (hopelijk) met het steeds beter worden in de uitoefening ervan. Daarom houden wij in onze opleidingen altijd rekening met de 3 oriëntaties van professionals. Ik refereer hierbij aan een onderzoek van mijn oud-collega Hans de Gruijter. Aan de hand van literatuur die hij bestudeerde en interviews die hij deed met professionals kwam hij tot de volgende 3 oriëntaties van de professional:

  1. Oriëntatie op de beroepscontext – in welke omgeving oefen ik mijn professie uit, hoe kan ik daar effectief en succesvol zijn, hoe draag ik daar het best aan bij, welke processen geven de doorslag, welke manier van communiceren en samenwerken hoort daarbij, hoe gaat men om met leren, ontwikkelen, veranderen en innoveren?
  2. Oriëntatie op de professie – hoe zorg ik ervoor dat ik met mijn vakmanschap bijdraag aan de verdere ontwikkeling van mijn professie, aan mijn organisatie, aan de beroepsgroep en (eventueel zelfs) aan de maatschappij?
  3. Oriëntatie op zichzelf – hoe zorg ik dat ik bijblijf in mijn vak, hoe leer ik welke stappen ik nog heb te zetten en waar wil ik me op richten?

Een stap verder

De loopbandtest van een hardloper en ook de competentietest die je afneemt bij een opleiding behoren tot de oriëntatie op jezelf. Wat kan ik bereiken als de omstandigheden ideaal zijn? In het voorbeeld van mijn zoon draait het om de kennis die aanwezig is. Hij bevindt zich nog niet in het beroepsveld en kan zijn theoretische kennis nog niet toepassen. Bij Avans+ gaan we er vanuit dat de werkende zijn vak(kennis) al beheerst. Hij doorstaat de loopbandtest. We gaan daarom een stap verder, want het wordt pas interessant als de kennis toegepast moet worden in de beroepscontext: de praktijk. Net zoals er bij het hardlopen een hobbelige ondergrond kan zijn, het weer tegen kan zitten of de medeweggebruikers in de weg kunnen staan, zijn er ook in iedere beroepscontext factoren die vragen om een andere aanpak. Als wij professionals opleiden, kijken we altijd naar die beroepspraktijk en vragen de professional om in elke context zijn vak toe te passen. Op die manier kan de deelnemer inzicht krijgen in de verbanden tussen die specifieke contexten en de gevolgen voor het toepassen van het vak. Als je hier bekwaam in wordt, dan is het vanzelfsprekend dat je als professional wetmatigheden ontdekt. Wanneer je deze gaat vastleggen, onderbouwen en communiceren binnen je beroepsgroep, organisatie en de maatschappij ben je ook bezig met de oriëntatie op je professie.

Opleiden bij Avans+ betekent dus niet alleen dat de deelnemer de ‘loopbandtest’ heeft doorstaan en dat de capaciteit aanwezig is. De toegevoegde waarde van Avans+ zit in het begeleiden van de professional in het uitoefenen van zijn vak in de context, de praktijk, die eenvoudig begint en steeds complexer wordt. Op deze wijze ontwikkelt de professional zijn eigen professie. Het is uiteindelijk de integratie tussen de genoemde oriëntaties die de deelnemers van onze opleidingen tot goede professionals maken.

Ludo de Bie is operationeel directeur van Avans+ en te volgen op Twitter via @LudodeBie

Plaats ook een reactie

CAPTCHA Deze vraag dient om te testen of u een menselijke bezoeker bent en om geautomatiseerde spam-inzendingen te voorkomen.